Werk je met thema dokter, ziekenhuis of ziek zijn in groep 1-2? Dan kun je in de kring al veel spelenderwijs aanbieden. Juist bij dit thema ontstaan er vanzelf gesprekken, rollenspel en betrokkenheid.
In deze blog deel ik kringactiviteiten bij thema dokter voor kleuters. De activiteiten sluiten aan bij taal, rekenen, woordenschat, samenwerken, luisteren en spelend leren.
Ambulance in de straat: cijferspel en 112 bellen
Voor deze activiteit leg je samen met de kinderen cijferkaarten op de grond, alsof het een straat is. De kaartjes zijn de huisnummers. Je kunt ze op volgorde leggen, maar ook bewust door elkaar.
Bespreek samen wat je ziet.
Welke nummers liggen er in de straat?
Welke nummers zijn even?
Welke nummers zijn oneven?
Kunnen we met sprongen van twee door de straat?
Welk nummer komt na 6?
Welk nummer ligt tussen 3 en 5?
Daarna koppel je het spel aan de ambulance. Want wanneer komt de ambulance eigenlijk? En wat moet je doen als er een noodgeval is?
We bespreken dat je dan 112 belt. Niet spannend maken, maar rustig en praktisch: wat zeg je aan de telefoon? Je vertelt wie er hulp nodig heeft, wat er gebeurd is en waar de ambulance naartoe moet.
Daarna spelen we het na in de kring.
Een kind belt bijvoorbeeld: “Hallo, ik woon op nummer 4. Mijn broer is gevallen.”
De ambulance rijdt naar huisnummer 4, haalt de patiënt op en rijdt weer terug naar het ziekenhuis. Daarna mag een ander kind bellen met een nieuw huisnummer.
Zo ben je met één simpele activiteit met veel doelen bezig. Kinderen oefenen met cijferherkenning, tellen, even en oneven, sprongen van twee, luisteren, reageren, logisch vertellen en rollenspel. Doordat het in een spelvorm zit, voelt het voor kleuters heel natuurlijk.

Zoek je maatje met woordkaarten
Een andere fijne kringactiviteit bij thema dokter is Zoek je maatje. Dit is een coöperatieve werkvorm waarbij kinderen actief bezig zijn met taal en woordenschat.
Gebruik woordkaarten rond thema dokter en ziekenhuis. Denk aan woorden zoals dokter, patiënt, ambulance, stethoscoop, thermometer, pleister, verband, apotheek, recept en wachtkamer.
Geef ieder kind een kaartje. De kinderen lopen door de kring of door het lokaal en zoeken hun maatje. Dat kan op verschillende manieren:
plaatje bij hetzelfde plaatje
woord bij plaatje
voorwerp bij woordkaart
woord bij de juiste plek in de themahoek
Daarna bespreek je de woorden samen. Wat zie je op je kaart? Waar hoort het bij? Wanneer gebruik je dit? Wie gebruikt dit in het ziekenhuis of bij de dokter?
De woordkaarten uit mijn themapakket dokter/ziekenhuis kun je hier meteen voor gebruiken. Na de activiteit kun je ze ophangen bij de spreekmuur, zodat de woorden zichtbaar blijven tijdens het spel in de doktershoek.

Wat zit er in de dokterstas?
Leg een dokterstas of mand met doktersspullen in het midden van de kring. Dek de spullen af met een doek. Eén kind mag voelen zonder te kijken.
Wat voel je?
Is het hard of zacht?
Is het lang of kort?
Waar zou de dokter dit voor gebruiken?
Daarna laat het kind het voorwerp zien en bespreken jullie samen wat het is. Denk aan een stethoscoop, thermometer, verband, pleister, spuitje zonder naald, handschoen of meetlint.
Deze activiteit is vooral sterk voor woordenschat, zintuiglijke waarneming, beschrijven en luisteren naar elkaar. Kinderen leren woorden niet alleen benoemen, maar ook uitleggen waar iets voor is.
Waar heb je pijn?
Bij deze kringactiviteit staat het lichaam centraal. Gebruik een grote afbeelding van een lichaam, een pop of wijs lichaamsdelen aan bij jezelf.
Eén kind speelt patiënt en vertelt waar hij of zij pijn heeft. De dokter mag aanwijzen waar dat is.
“Ik heb pijn aan mijn knie.”
“Ik heb buikpijn.”
“Mijn arm doet zeer.”
“Ik ben op mijn hand gevallen.”
Daarna kun je de kinderen laten bedenken wat de dokter kan doen. Heeft de patiënt rust nodig? Een pleister? Verband? Moet er goed gekeken of geluisterd worden?
Met deze activiteit oefenen kinderen lichaamsdelen, zinnen maken, luisteren naar klachten en reageren binnen een rol. Ook helpt het om woorden als pijn, ziek, beter, onderzoeken en verzorgen betekenis te geven.
Klacht, onderzoek, behandeling
Deze kringactiviteit helpt kinderen om het doktersspel beter te begrijpen. Je bespreekt samen drie stappen:
Wat is de klacht?
Wat doet de dokter om te onderzoeken?
Welke behandeling past erbij?
Geef een paar eenvoudige voorbeelden.
De patiënt heeft buikpijn. De dokter luistert en voelt voorzichtig. De patiënt krijgt rust of een advies.
De patiënt is gevallen. De dokter kijkt naar de knie. De patiënt krijgt een pleister.
De patiënt hoest. De dokter luistert met de stethoscoop. De patiënt moet goed drinken en uitrusten.
Je kunt dit eerst samen voordoen en daarna de kinderen zelf combinaties laten bedenken. Het hoeft niet medisch precies te kloppen; het gaat om taal, logisch nadenken en het opbouwen van een spelverhaal.
Deze activiteit helpt kleuters om meer lijn in hun rollenspel te krijgen. Ze leren dat er eerst iets aan de hand is, dat de dokter daarna onderzoekt en dat er vervolgens iets gebeurt om de patiënt te helpen.
Dit is ook een mooi moment om spelkaarten te introduceren. De dokter kan in de themahoek een kaart invullen met de klachten van de patiënt. Zo is er direct een koppeling aan de beginnende geletterdheid!

Meer inspiratie bij thema dokter
Wil je verder met thema dokter in de kleuterklas? Bekijk dan ook mijn andere blogs en materialen bij dit thema.

